woensdag 25 februari 2015

Open voor interessante lezingen

In de grote zaal van de Maastrichtse unie geven de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček en antropoloog & journalist Joris Luyendijk een lezing over een veranderende economie en het veranderen van die economie. Sedláček met zijn licht rode baard, rode shirt en rode sokken krijgt als eerste het woord om een statement te maken. En hij krijgt meteen de volle aandacht, omdat hij humoristisch en bevlogen aan de hand van films als the Lord of the Rings en the Matrix uitlegt dat de idee van het bestaan van een perfect systeem niet juist is. Zelfs in films niet. Zelfs niet in het paradijs bij Adam en Eva. Sedláček: “God noemde het paradijs goed. Heel goed. Maar niet perfect.” Het belooft een leuke lezing te worden. Sedláček stipt beweert vervolgens dat niemand bang is van Europa. Behalve dan de Europeanen. En dat is vreemd volgens hem, want angst is normaal gericht op entiteiten buiten de grenzen. Niet binnen de grenzen. Hij meent dat Europeanen niet van ‘happy endings’ houden. Ze houden niet van perfecte systemen. Als ze al bestaan. Hierin ziet hij meteen ook een verbinding met de vervreemding die Marx zag ten aanzien van het kapitalisme. Deze bekritiseerde niet zozeer het kapitalisme als wel de vervreemding van mensen van hun eigen creatie. De toon is gezet en Luyendijk neemt het over.

Bankiers hebben geen liefdesleven
Luyendijk: “Omdat Tomás het vogelperspectief heeft genomen, zal ik het kikkerperspectief innemen. Zo doen we dat vaker als we als komisch duo optreden.” Ook hij heeft meteen de lachers op zijn hand en legt uit hoe hij als aardige, maar in de ogen van de Engelsen naïeve en dus niet bedreigende Hollander door The Guardian The City in Londen werd ingestuurd om de bankwereld te bestuderen. Luyendijk kijkt even schalks opzij naar Sedláček (econoom), terwijl hij peinst hoe vreemd het eigenlijk wel niet is dat economen wel over systemen schrijven, maar niet over de bankwereld zelf. Er was tot zijn tijd feitelijk geen informatie te vinden. En dat is vreemd, want hele bibliotheken zijn volgeschreven over onderwerpen. Noem er een op, ga naar de bieb en je kunt je inlezen. Dat gaat dus niet op voor de bankwereld. Luyendijk: “Bankiers mogen klaarblijkelijk niet met de pers praten. Of alleen met een pr functionaris ernaast, maar - je snapt het al - dan wordt er dus eigenlijk en uiteindelijk niets gezegd. Bankiers voelen zich blijkbaar niet veilig om te praten, vanwege mogelijke consequenties.” Hij ziet het ook als een kwestie van cognitieve dissonantie, waarbij mensen niet gelukkig zijn met een situatie, maar wel gelukkig met zichzelf en zo ver en weinig kritisch van een onderwerp afblijven. Toch wist hij bankiers zover te krijgen en de afgelopen jaren een fascinerend inkijk te geven. Wat hij tegenkwam in de bankwereld waren in zijn ogen perverse incentives. “Je kan binnen een minuut ontslagen worden. Dus de horizon van mensen die bij banken werken, is maar vijf minuten. Ze interesseren zich niet voor de lange termijn. Je pakt wat je pakken kunt. Deze mensen raken al op jonge leeftijd vervreemd van de gewone wereld, omdat ze 6 jaar of langer meer dan 80 uren per week werken. Je kunt dus wel stellen dat bankiers een seksleven hebben, maar geen liefdesleven.” Dit soort zaken blijken nog steeds en ondanks de crisis niet veranderd te zijn. Luyendijk benadrukt daarbij steeds dat bankiers geen monsters zijn. Ze zijn bang. Net als gewone mensen. Ze kunnen zich niet meer voorstellen om anders te leven, dus ze gaan door. En ook dat kan dus niet. Dat blijkt wel na de afgelopen 8 jaren.

Moord leidt niet tot verandering
Volgens Luyendijk realiseren we ons helaas en echter te weinig dat de bankwereld de gehele wereld meer kwaad kan doen dan Al Qaida. Als banken namelijk echt failliet zouden gaan en regeringen niet zouden ingrijpen, dan zouden geheid op ongelooflijk grote schaal opstanden en plunderingen beginnen omdat mensen bang zouden zijn hun geld te verliezen. Opstanden die niet in de hand te houden zijn. Verandering is dus nodig. Sedláček vult Luyendijk daarin aan. “Eerst dwongen de banken regeringen tot een laissez faire, laissez passer onder het mom: wij jongens met witte hemden en stropdassen zijn slim en jullie bureaucraten zijn stom. Maar toen het fout ging, stonden ze wel mooi voor de deur van de politiek te jammeren en waren het de bureaucraten die met de oplossing kwamen. In de afgelopen 8 jaren kunnen we wel stellen dat de hele zogenaamde bankwereld intelligentsia nog geen oplossing heeft bedacht. Hoe kan dat? Hoe verander je dat systeem? Heb je revolutionairen nodig? Ik denk het niet. Je moet de cultuur doorgronden. De geest van die wereld. Het systeem verander je niet door het te vermoorden. Leer het begrijpen, dan kun je het ook veranderen. Maar we zijn onwetend. Het maakt ons niet uit. We praten alleen maar over groei, terwijl je in mijn optiek moet praten over bijvoorbeeld gelijkheid. Groei zou moeten staan op agendaplek zeven. Welke god heeft in godsnaam bepaald dat groei moet? Het is niet nodig. Groei is niet wens van gewone mensen, maar ook niet van die lui uit de financiële sector. En laten we wel wezen: niemand gaat failliet door het uitblijven van groei. Regeringen niet. Bedrijven niet. En personen ook niet. Je gaat failliet door schulden. De economie moet kortom meer humaan worden.”

Verandering door wetgeving
Luyendijk: “Het is zoals met het Jerusalemsyndroom: je wacht tot er een Jezus komt of iemand die jou herkent als Jezus. Je zet alle hoop in op een mystiek figuur en komt vervolgens bedrogen uit. Dat is precies wat de progressieven doen, die wachten op een revolutie. Maar als het komt (en als het al zou gebeuren), dan voelt het maar even goed en daarna slecht. Het is zoiets als plassen in je broek. Je bent opgelucht dat je het kwijt bent, tot het moment dat je urine koud wordt. Het is dus zaak om de politiek te mobiliseren. De politiek moet oplossingen bieden. Maar dat is niet sexy in een tijdperk waarin we ons laten leiden door peilingen en politiek leiders worden aangesproken met Mark, Alexander en Geert. Die mentaliteit zegt alles. Daarin zijn we doorgeschoten. Maar je moet de tijd nemen. Het is zoals Leonard Cohen in zijn nummer First we take Manhattan zingt: “They sentenced me to twenty years of boredom, for trying to change the system from within.” Het is niet anders, we hebben tijd nodig en niet alles kan in één keer worden opgelost. Je moet gaten vinden en licht toelaten. Het is een weg van geleidelijkheid. De democratie moet gevoed worden. We hebben goede wetten nodig. Over het vereenvoudigen van financiële producten. Over wat investeerders wel en niet mogen. Wetten gericht op lange termijn. Dat hoeft niet paternalistisch te zijn. Je moet dat kunnen larderen met een laisser faire houding. Het betekent wel dat een kleine groep het voortouw moet nemen en eindelijk knopen moet doorhakken. En soms moet dat gebeuren over de hoofden van mensen heen. Niet iedereen kan het namelijk bevatten en je kunt bovendien niet eeuwig blijven discussiëren over dit onderwerp. Dat doen we al 8 jaar.” Sedláček: “Vergeet daarbij niet dat wetten de vrije markt nu ook al mogelijk maken! Door middel van regelgeving worden bijvoorbeeld monopoly posities van firma’s zoveel mogelijk tegen gehouden. En dat moet ook, anders zouden bedrijven nooit kunnen concurreren, innoveren en bestaan. Neemt overigens niet weg dat de homerun van concurrentie voor bedrijven toch uiteindelijk die monopoly positie is. Maar het blijft gelukkig een droom.”

De lezing eindigt met een laatste gedachte van Luyendijk voor het (overwegend jonge) publiek: “Er zou eigenlijk een soort van ‘bankers anonymus’ moeten zijn voor bankiers die uit die wereld zijn gestapt. Hun succes was en is hun grootste valkuil. Gebruik dus je intelligentie en onthoud dat een hippie, die mijn blogs las, ooit naar me schreef: “Take away love and all you have left is the will to win.”Genoeg stof tot nadenken. In de tussentijd ga ik maar eens naar de boekhandel om de boeken van beide heren te kopen en op mijn gemak te lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten