dinsdag 4 november 2014

Open voor creativiteit

Regelmatig bellen bedrijven die, met spoed, een pakkend bedrijfsverhaal nodig hebben, liefst omgezet naar pay-off, quotes en natuurlijk aansprekende websiteteksten. “Lukt dat nog voor woensdag?” Ik antwoord altijd dapper ja en raak vervolgens een lichtelijk in paniek. Want een digitale lege pagina is namelijk net zo maagdelijk wit als echt papier. Meestal typ ik voor de vorm alvast eens datum en bedrijfsnaam bovenaan de bladzijde en staar vervolgens voor me uit. Vooruit dan maar; even naar de keuken om thee te maken. Zonder thee geen tekst. Ik ga weer zitten. Nog steeds geen woorden in mijn hoofd. Of beter gezegd alleen maar de woorden: “Schrijf nu.” Ik stel wederom uit door te constateren dat het stoffig is en maak een rondje met de stofzuiger. De tijd begint nu echt te dringen. Mijn writersblock lijkt een feit.

Schrijftips
Het overkomt iedereen. Je moet een stuk schrijven, maar weet niet hoe te beginnen. Die eerste regel. Die regel die een lezer meteen bij de strot moet grijpen. Je komt er niet op. En toch … toch komt het altijd goed. Want schrijven kun je leren. Een writersblock omzeilen kun je leren. Het vergt oefening. Discipline. En vooral het volgen van een paar eenvoudige basisregels.
  • Maakt ruimte vrij in je agenda door flinke tijdsblokken van enkele uren vast te leggen. Momenten, waarop je niet gestoord kunt en wilt worden en vooral niet opeens weg hoeft.
  • Schrijf regelmatig en dus niet alleen als je een opdracht hebt. Oefening baart kunst. Het schijnt zelfs te zijn dat als je elke dag een kleine tien minuten schrijft (maakt niet uit waarover), de kans op een baan - mocht je werkloos zijn - met 60% toeneemt.
  • Vermijd afleiding tijdens het schrijven. Zet gewoon sociale media, e-mail en zelfs telefoon uit. Ook niet stiekem kijken.
  • Zorg dat je voorzien bent van een natje en droogje, zodat je niet hoeft op te staan en weg te lopen van dat witte papier.
  • Bepaal vooraf de rode draad (en volgorde) en zet deze op papier. Gewoon op elke nieuwe pagina een onderdeel benoemen, dat besproken moet worden.
  • Bepaal je boodschap, de doelgroep en het doel: wat moet wel en niet in het stuk, welke vragen moeten in ieder geval beantwoord worden. Wil je informeren, adviseren, voorspellen, verklaren, inspireren, verleiden of zelfs iemand amuseren?
  • Voer onderzoek uit. Lees je in. Je moet weten waar je het over hebt. Dus struin het internet af naar artikelen en achtergrondinformatie, zoek anderen op, stel vragen en luister naar gesprekken.
  • Maak vervolgens een lijst van woorden die passen bij het onderwerp en zoek bijbehorende synoniemen op. Eventueel ook spreekwoorden en gezegden.
  • Lees regelmatig zelf: van (digitale) kranten tot literatuur, van cartoons tot poëzie. Het versterkt je woordenschat en leert je met woorden en zinsconstructies te spelen. Bovendien is aangetoond dat door een half uur per dag te lezen, je concentratievermogen verbetert, je inlevingsvermogen groeit, je beter leert luisteren, je geheugen beter werkt, je beter over complexe zaken kunt nadenken en je ook nog eens minder stress hebt. Je zou al voor minder een boek ter hand nemen.
  • Maak keuzes. Houd de door jezelf uitgezette koers vast. Dat betekent dat je moet schrappen en schrapen. Hoofdzaak onderscheiden van bijzaken. Het betekent ook dat als je tekst af is, je het zeker een dag moet weg leggen en vervolgens opnieuw moet beoordelen en herschrijven. Eventueel leg je jouw woorden aan anderen voor.
  • Houd tot slot in ieder geval altijd pen en papier bij de hand. Verlaat je huis niet zonder (digitale) notitieblok. Je weet namelijk nooit waar en wanneer je een goede ingeving krijgt.
En wil het zelfs met voorgaande tips nog niet lukken, neem dan gewoon contact op  met eliane @ buro-open.com. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten